Dit document is gericht aan de commissaris van de Koning, van Noord Holland, dhr. Remkes, persoonlijk. De inhoud spreekt verder voor zich.

Aanleidingen o.a. bezoek en gesprek van 19 mei 2016, uw visie uitgedragen d.d. 15 september 2016 te Hoorn, en de mogelijke herverkiezing van F. Streng als burgemeester van Medemblik.

Document afgerond d.d. 19 september 2016.

Zeer geachte heer Commissaris van de Koning.

Tot u richt zich de heer P. Groot welke u enkele malen heeft ontmoet in zijn hoedanigheid van raadslid van de gemeente Medemblik, fractievoorzitter van de locale partij BAMM.

Mij bedoeling was om uw raad en daad te verzoeken in een kwestie die gaande is, wat ik dan hierbij ook doe, maar inmiddels doet zich een andere zaak voor die relatie met de kwestie heeft en welke zaken hierbij worden gecombineerd.

Ons wordt de vraag voorgelegd of we als fractie (voorzitters) de huidige burgemeester van Medemblik (Frank Streng, verder afgekort als F.S.) in zodanige mate zowel capabel als ook integer achten, dat zijn termijn zonder bezwaren daartegen, kan worden verlengd. Onze mening is dat we als burgemeester een betere zouden wensen en behoeven.

Nu ik daar veel op heb te zeggen, en een gesprek zoals dit is beoogd en plaats zal gaan vinden, daar geen ruimte toe biedt, worden hierbij die zaken op schrift gesteld, waar ik dan in het gesprek weinig aan toe zal hebben te voegen, hooguit zaken verbaal bevestigen. Duidelijk voor mij is dat deze zaken controversieel zullen zijn, en tot diverse reacties zullen leiden. Mede om die reden zal alles wat wij stellen ook goed onderbouwd, gemotiveerd, en in detail onderbouwd dienen te zijn.

Zaken scharnieren zich rond een aantal eigen ervaringen, de onderliggende kwestie betreffende, maar weldegelijk ook, op ervaringen met derden, waarbij onder andere een zogezegde zaak Poland de zelf ervaren zaken en feiten sterk aanvult en bevestigd.

We zullen beschrijven:

  1. Inleiding.
  2. Opsomming van zaken, feiten en ervaringen die naar onze mening aan F.S. kleven.
  3. Verwijzing naar onze vragen aan u commissaris, tijdens bezoek en gesprek d.d. 19 mei m.b.t. integriteit.
  4. Beschrijving van achtergronden m.b.t. tot de eigen persoon en zaken die daar rondom speelden, uiteraard beschreven vanuit de eigen waarneming maar ook beleefwereld.
  5. Beschrijving aangaande de zaken die onderliggend zijn aan het nog steeds lopende conflict met de gemeente.
  6. Houding andere raadsleden, nu en in vorige periode.
  7. Zaak Poland, parallellen met onze zaak, en verschillen.
  8. Algemene visie van P. Groot zowel als burger als ook als raadslid, aangaande onderliggende zaken in algemene zin.
  9. Het algemene functioneren van F. Streng behoudens de heikele zaken die onze mening bepalen.
  10. Korte nadere beschouwing aangaande de opgesomde punten benoemd onder 2.
  11. Verwijzing naar het document waarin zaken worden beschreven met daarbij enkele relevante bijlagen.
  12. Integriteit onderzoek.
  13. Samenvattende conclusies.

1. Inleiding.

Ons is duidelijk dat de herbenoeming doorgaans een rituele dans is, en dat slechts in uitzonderingsgevallen een herbenoeming niet als een soort automatisme zijn beslag krijgt. Voor fractievoorzitters die bezwaren hebben is het al lastig om zich te uiten, zeker als wordt verwacht dat die bezwaren bij anderen niet zijn waargenomen en ingedaald, en dit tot discussie, geschillen en groepsvorming kan leiden, en er dan ook nog een meerderheidsstandpunt benodigd zal zijn. Zaken worden in feite nog lastiger als standpunten zijn gebaseerd op de ervaringen en conclusies die de persoon die zich uit, zaken zelf heeft ervaren, en waar het desbetreffende raadslid dus zelf bij was betrokken. Wel zijn eigen ervaringen de beste feiten en zaken om conclusies aan te verbinden. Hier komen we nog op terug.

Anderzijds worden we geacht, en wordt er van ons verwacht, dat we ons zullen uiten naar onze eigen meningen en overtuigingen, en die niet verloochenen. Hoewel weinig voorkomend is het ook niet zo dat niet herbenoemen nooit voorkomt.  In Andijk heeft de raad in 2005 besloten dat toenmalig Burgemeester Dittner niet voldeed, en hem geadviseerd om zelf op te stappen (met goede uitkering) en dit ongeveer op basis van dezelfde gronden die wij aan zullen gaan voeren, terwijl er zelfs een link is (die we zullen beschrijven) naar zaken die zowel nu als toen plaats hebben gevonden.

Kort gesteld voldoet deze burgemeester, verder afgekort als F.S. in onze optiek bij lange na niet aan de in het geding zijnde profielschets maar ook niet aan integere omgangsvormen en zaken die men van een integer en menselijk (gevoels) mens zou mogen verwachten. Daar komt bij dat de feiten zodanig evident zijn dat onze mening is dat sprake is van gedrag wat ook in algemene zin als maatschappelijk onaanvaardbaar geld.

Voordat we daar een opsomming van geven, stellen we eerst dat we de zaken die we gaan beschrijven naar waarheid weergeven en ook zaken in een veel langer document chronologisch en gedetailleerd hebben beschreven in een document dan bij een aantal lieden reeds ca. een half jaar bekend is. Dit is digitaal beschikbaar en wordt bijgevoegd almede enkele relevante bijlagen.

Ook stellen we bij deze inleiding nog dat het gedrag en het handelen (of gebrek aan handelen) voor ons zeer onnavolgbaar zijn, en op redelijke of zakelijke basis onverklaarbaar en dus kennelijk uitsluitend het gevolg van negatieve persoonlijke sentimenten, zoals een te groot ego, zich bovengesteld en uitnemender achten dan anderen, beïnvloedbaar door wat we benoemen als foute vrienden, en wat dies al meer moge zijn. Allereerst wil een goed en redelijk mens zelf gewoon niet zo zijn, maar we zien geen belang voor de persoon zelf, die zichzelf bewust omstreden maakt, en zich er niet om bekreunt dat hij onnodig gemeenschapsgeld verprutst, maar ook de halsstarrigheid waarmee hij volhard in het weigeren om zaken alsnog in redelijkheid tot oplossing te brengen (niet alleen in ons geval) en vooral de foute / onjuiste beweringen enz. die daarbij worden gedaan, zijn in het belang van niemand, ook dus niet in zijn belang.

Dergelijke zaken zijn overigens in allerlei diverse omstandigheden ook in het verleden door ons ervaren waarbij altijd foute eigenschappen als afgunst en rancune onder de oppervlakte een rol meespeelde, vaak weer gecompenseerd, en geneutraliseerd door lieden die wel uit het goede hout waren gesneden, en het voor ons opnamen.

2.  Lijst van bezwaren die we hebben tegen F.S.

  1. Doet toezeggingen die niet waargemaakt worden. Komt afgesproken zaken niet na.
  2. Ontkent dat toezeggingen zijn gemaakt. (dus gewoon liegen).
  3. Lost problemen niet op die oplosbaar zijn, en creëert onnodige nieuwe problemen. Dit ten koste van veel gemeenschapsgeld.
  4. Maakt o.a. in ons geval (b.v. ook bij Poland) stemming tegen de personen waar hij zich tegen keert.
  5. Is buitengewoon onredelijk en onbillijk, is een onredelijke regeltjes freak en maakt misbruik van macht en bevoegdheden.
  6. Gevoelloos en buitengewoon onredelijk in het misbruiken van de macht en machtspositie van een gemeente, bijvoorbeeld met het ons inziens op zich al onredelijke machtsmiddelen zoals dwangsommen. De ervaringen bij familie Poland overtreffen daarbij nog de onze.
  7. O.a. ook bij Poland duidelijke partijdige opstelling vanuit de gemeente bij een burenruzie.
  8. Vermijdt een normale dialoog op redelijke gronden, uit zich niet in gesprekken. Geeft geen weerwoord op redelijke argumenten, stelt onwaarheden en verdraait de feiten.
  9. Stuurt de ambtenaren aan, o.a. van handhaving, vanuit voornoemde optiek, instelling en handelwijze waarbij die hun baan in stand kunnen houden.
  10. Daar waar kwesties uitlopen op zaken bij de bestuursrechter (ook bij bezwarencommissie) moeten de vertegenwoordigende ambtenaren, uiteraard in zijn opdracht, een vechthouding aannemen op basis van onjuiste beweringen, en feiten.
  11. Daarna wordt gesteld dat de rechter heeft gesproken waarna (ten onrechte) wordt gesteld dat zij verplicht zijn de uitspraak te volgen. Een uitspraak gebaseerd op onjuiste en verdraaide feiten is doorgaan een onjuiste uitspraak.
  12. Daarmee wordt volledig de eigen verantwoordelijkheid miskent. De rechter stelt dat gemeenten bepaalde zaken, (hoe onredelijk ook) van uit hun bevoegdheden mogen besluiten, maar niet dat ze daartoe ook door de rechter worden verplicht. Hier is sprake van misleiding.
  13. Hoewel poeslief in de omgang met ons, achter onze rug om actie ondernemend om ons als raadslid uit de raad gekieperd te krijgen.

3. Verwijzing naar bezoek en gesprek met de commissaris van de Koning dhr. Remkes d.d. 19 mei 2016.

Indien u / commissaris, dit leest zullen de herinneringen naar we aannemen weer bovenkomen. Door mij / P/ Groot zijn enkele vragen gesteld die integriteit betroffen. enerzijds algemene vragen, anderzijds dus ook automatisch in een relatie met zaken die hierbij nader en kritisch worden bezien. Antwoorden waren niet alle concreet en eenduidig, maar duidelijk is wel door u gesteld dat ook een raadslid zich mag weren als hij / zij opzettelijk dwars wordt gezeten vanuit het bestuursorgaan, dat is dus ook exact wat wij hierbij doen, en steeds hebben gedaan en wat we nog steeds doen.

Ook is gesteld dat niet tot integer handelen kan worden gerekend, in geval een burger (en dus ook een raadslid in die hoedanigheid) dat een gemeente geen vragen beantwoord, feiten verdraait, zaken onjuist en tegengesteld aan de werkelijkheid voorstelt, en alles wijst op stigmatiserende en persoonlijke rancune. Gesteld is dus in ieder geval dat ook een raadslid zich tegen de gemeente mag weren, en ook dat bepaalde genoemde zaken, strijdig zijn met integer handelen.

Ook is gevraagd wat de commissaris vond van integriteitbureaus en hun onderzoeken. Het antwoord was dat hij grote onderlinge verschillen ervoer. Daar kon uit opgemaakt worden dat hij feitelijk al een soort short list had van de goede en de mindere.

Informeel na de meeting kreeg Groot de gelegenheid om nog enkele woorden over dit onderwerp met de commissaris te wisselen. Daarbij stelde u, dat u ook zaken persoonlijk ter beoordeling voorgelegd kreeg of werd betrokken bij zaken die dienaangaande speelden. Groot heeft toen besloten om deze zaak ook aan u voor te gaan leggen, als de zaak anderszins niet zou worden opgelost. Nu een goede aanbrenging enige tijd vergde en andere zaken van belang ook speelden, leek het beter dit direct na het reces te gaan doen. Om ons in dezen tot u te richten was dus al besloten, maar heeft onverwacht daarbij dus ook een andere dimensie gekregen.

Nu het reces ten einde was stond dit op de agenda, maar gelijktijdig speelt de zaak waar we en oordeel over mogen geven zijnde een eventuele herbenoeming van F. S. Dit leidt dus tot de navolgende zaken;

  1. We willen ons duidelijk en nadrukkelijk uiten aangaande ons standpunt aangaande herbenoeming van F.S.
  2. Wij verzoeken u om Gemeente Medemblik nadrukkelijk te verzoeken om zaken, dus ook de onze, die in de vorige periode als onjuist en niet integer kunnen worden aangemerkt, te corrigeren, naar uw goede inzicht, mogelijk met inschakeling van integriteitbureau, of Ombudsman.

sub. 3b. (eerste toevoeging) Groot hecht eraan nog iets in en toe te voegen. Groot was aanwezig bij de raadleden conferentie van 15 september in het Park te Hoorn, en heeft o.a. uw visies en overwegingen met instemming aangehoord. Wat de toekomst en praktische invulling in de toekomst in werkelijkheid zal gaan worden, zal over 10 jaar bekend zijn, maar zowel in uw bijdrage als die van de anderen, hebben we geen enkele plek of ruimte gevonden voor meer bureaucratische regelzucht, maar werd in ons beleven meer geopteerd voor meer contact met burgers van onderaf, meer inbreng van de burger, meer luisteren naar de burger, meer begrip kweken bij de burgers, en een veelheid van zinnige en inspirerende visies.

Alles was uiteraard toegesneden op verstandige, zinnige, realistische, integere en moreel deugdzame personen, waar kennelijk ook automatisch vanuit werd gegaan dat die de bestuurders gelederen bevolkten. Uzelf, en ook geen van de sprekers had ruimte voor onnodige en onzinnige pesterij van burgers op basis van persoonlijke sentimenten. Mochten zaken door mij verkeerd zijn begrepen dan verneem ik dat nog gaarne.

4.  Beschrijving van achtergronden.

Bekend is dat de lokale politiek zichzelf graag verkoopt en enige populariteit wil verwerven bij degenen waar ze feitelijk de belangen voor behartigen, maar dat o.a. gemeenten vaak zodanig handelen dat de burgers dit niet begrijpen, en zaken ook veelal onnavolgbaar zijn, en ze meer goodwill verspelen als opbouwen. In die context had ik ook de nodige ervaringen, op diverse vlakken, en ook geen hoge opinie. Wel was ik geïnteresseerd in de z.g. politiek, zowel landelijk als plaatselijk, wat er toe leidde dat ik als VVD lid ook de plaatselijke vergaderingen bezocht. Verder onbrak tijd en ambitie om zelf iets te kunnen en willen doen. Tijd kwam beschikbaar na verkoop van mijn bedrijf. Om diverse redenen en onder aanmoediging van derden is ook de ambitie gekomen. Overigens is ambitie niet het goede woord. Motivatie is meer aan de orde, de gedachte dat ik vanuit eigen ervaring en optiek, een mogelijkerwijs positieve bijdrage kon worden geleverd, lag er aan ten grondslag.

Meer ambitie dan motivatie ervaren we rondom ons. Uiteraard neemt iedereen, de andere collega raadsleden de maat op eigen wijze, en zijn er grote onderlinge verschillen bij raadleden enz. maar waarbij uit een scala van uitersten wel een soort gemene deler is te maken, waarbij opgemerkt dat we zeker ook personen ervaarden, die er in positieve zin uitsprongen, uiteraard ook wel het omgekeerde, maar waar we kritisch zijn op personen of waar we generaliseren, geld dit zeker lang niet voor iedereen. Dit moge duidelijk zijn en blijven.

Wat daar verder van moge zijn, dat ik conflicten met voormalig gemeente Andijk had gehad was algemeen bekend, wij vonden wat van hen, en omgekeerd evenredig zij wat van mij. Ook hier spelen zaken bij een aantal voormalige Andijker, en nu Medemblikker raadsleden, dit bij enkele personen en bij anderen niet of nauwelijks. Zeker is dat een aantal mij als persoon kennelijk verfoeiden (zal men altijd ontkennen) en me niet bezagen (of wilden bezien) als een gemotiveerd, en capabel persoon, (wel veel van zichzelf dachten), en mij dus zagen als een concurrent die stemmen bij hen weghaalde. Van veel van die zaken was ik me dit eerst niet bewust, maar achteraf waren lijnen en beelden duidelijk en een goede hypothese te maken, en bleek de agressie ook diep te zitten. Dat partijen en raadsleden in die partijen ook vaak onderlinge geschillen kennen, en zaken dus niet al te uitzonderlijk waren, zij hierbij benoemd. Uiteraard betreft dit de lieden met ambitie en Ego, die hechten aan hun positie en het pluche. Niet ieder raadslid of bestuurder is ook een volmaakt mens, integendeel vaak. Politiek is mensenwerk, en wordt ook wel eens betiteld als addernest of slangenkuil.

Deze zaken beschrijven we uitvoerig in het z.g. verhaal wat eerder door ons op schrift is gesteld, en wordt bijgevoegd. Hier houden we zaken relatief beperkt. We gaan er zeker in dat het voornoemde een belangrijke, feitelijke hoofdrol speelt in het zogezegde ontstane conflict.

5. Korte beschrijving van het z.g. conflict, zeer summier gesteld in hoofdlijden, wederom verwijzende naar de gedetailleerde beschrijving.

Groot heeft en stuk agrarisch land ingericht als een parkachtige tuin, dit om zichzelf genot te verschaffen. Een verbindingspad (eigendom van Groot) loopt van de Beldersweg naar de Dijkweg (in Andijk) van ca. 450 meter lang. Daarop gedoogd Groot (vooralsnog) wandelaars en fietsers. Groot voorziet daarmee feitelijk in een gemeentelijke voorziening in het algemene belang, de wandelaars en fietsers maken zeer veel gebruik van dit pad, veelal uit recreatief oogpunt en waarderen dit zeer. Een andere belangrijke groep gebruikers zijn scholieren van de buurt die een veel kortere maar ook veiligere route hebben naar school en het zwembad. Ons gedogen dienaangaande wordt op enkele wijzen op de proef gesteld. Allereerst gedraagt niet iedereen zich als gast en hebben zich vervelende incidenten voorgedaan, en hebben vooral vorig jaar veel diefstallen zich voorgedaan. (voor ca. 5000 euro aan gereedschappen en goederen). Ten tweede is de houding van de gemeente naar onze mening teleurstellend en beneden de maat. Een positieve houding ten opzichte van het geheel, en enige waardering voor bijdrage aan leefbaarheid, zou passend zijn. Ook dit heeft ons sterk doen overwegen om derden te toegang te gaan ontzeggen.

Dergelijke en vergelijkbare zaken waren reeds gaande voor de fusie met Medemblik en heeft zich feitelijk alleen maar verergerd. Zaken zijn bij grote groepen Andijker burgers bekend, die het handelen van de gemeente verfoeien, en dit hielp enerzijds mede dat er op mij werd gestemd als gemeenteraadslid, en geeft de Andijker burgers anderzijds ook terechte gronden om de bestuurders van Medemblik die daarvoor verantwoordelijk zijn, o.a. burgemeester F.S. een negatieve beoordeling te geven. Aan zaken ligt enerzijds een concreet conflict ten grondslag, anderzijds is het veel breder te trekken, en is onze mening dat zaken hoofdzakelijk hun grondslag vinden in miskenning en antipathie, en dus negatieve persoonlijke sentimenten die subjectief zijn, en niets van doen hebben met rationele en objectieve overwegingen, hoewel men dit stellig zal ontkennen, evenwel, burgers zijn niet dom en de feiten tellen voor zich..

Het concrete conflict waar zaken zich rond zijn gaan scharnieren heeft zijn oorsprong in het Andijk van voor de fusie. Exacter gesteld, ca 3 maanden voor de fusie, oktober 2010. Groot had de activa uit zijn B.V. verkocht maar ook enkele zaken behouden. De ambitie van Groot was om binnen die nog overgebleven B.V. nog wat zakelijke activiteiten te ontplooien, op de ca. 3 ha. agrarisch land wat ten westzijde van voornoemd pad was gelegen, naast de ca. 2 ha. die als tuin en park ingericht waren. Groot wist niet dat de bestemming tuin was gewijzigd in agrarisch land, wat ook onnavolgbaar was. Per 1 oktober 2010 was vergunningvrij bouwen ingevoerd. Groot meende dat het nog te beschrijven object daaronder viel. Zo niet dan was er ook net de kruimelgevallenregeling ingesteld, waar het onder zou vallen. Wat er daarna allemaal heeft plaats gevonden, ultiem onder verantwoording van F.S. zou in het grote gros van de gemeenten in Nederland volstrekt ondenkbaar zijn.

Groot had bij zijn bedrijf een 1000 liter olietank, nagenoeg nieuw en voldoend aan alle milieu eisen. Naast de auto's werd er een tractor uit getankt. Nu die tank die bij het vorige bedrijf weg moest heeft Groot weloverwogen een plaats gekozen, die toegankelijk was, en waar elektriciteit aanwezig was, nabij een tuinhuisje (vergund) en overdekt terras, en tussen bomen dus uit het gezicht. Daaromheen een ombouw die enige ruimte bood, voor wat opslag van gereedschap, kunstmest etc. De oppervlakte betrof ca. 2 bij 2 dus 4 m2. Groot had bedrijfsmatig wat activiteiten met jaarlijkse inkomsten tussen de 5000 a 10.000 opbrengst, en volgens het bestemmingsplan zou 100 m2 bebouwing mogen ten behoeve van agrarische activiteiten, maar de gemeente verklaarde dit (ten onrechte) hobbymatig, ging niet op argumentatie in en nam een sterke vechthouding aan. Redenen waarom men iedere consensus weigerde zijn reeds in punt 4 uitgelegd.

Medemblik weigerde dus consensus en nam een vechthouding aan, met de wethouder ruimte ( K. Gutter) als eindverantwoordelijke. Een viertal brieven met argumenten en zienswijzen, bleven onbeantwoord. Groot had een brief ontvangen waarin gesteld dat men een last onder dwangsom oplegde, Groot verzocht (in voornoemde brieven)om aan te geven waar de tank wel mocht staan maar kreeg geen antwoord. Dit antwoord was nodig om te kunnen verplaatsen, maar achteraf, bleek dit vooropgezet. Een aantal lieden, raadslieden en ambtenaren uit voormalig Andijk, en dus ook K. Gutter, bleken vooringenomen om ons er in te laten lopen en ons een lesje te leren nu ze mij als persoon niet pruimden en het raadslid zijn misgunden. Wie dit bijzonder vindt kan bedenken dat het helemaal niet zo uitzonderlijk is dat persoonlijke subjectieve sentimenten een (hoofd) rol spelen. Dit vond plaats in de eerste helft van 2011, ook het eerste halve jaar als raadslid. Zeker is wel dat de toenmalige (interim) burgemeester (van Eijk) zijn steun aan die acties verleende.

Bij het kennismakingsgesprek met F.S. heeft Groot die controverse aangekaart. Die achtte dat soort geschillen ongewenst, concludeerde dat het feitelijk nergens om ging, en stelde dat hij dit op zou gaan lossen, en ook in een volgend gesprek is een soort route bepaald, waarna in het beleven van Groot zaken waren geregeld en opgelost. Er zou nog bepaald worden hoe zaken formeel, en zonder gezichtsverlies voor de gemeente, in het vat gegoten zou worden, waar een scala aan opties voorhanden was. Hoewel de toezegging uit documenten blijkt, is F.S. zijn toezegging later gaan ontkennen. Reeds het feit dat zaken vier maanden stillagen geeft al aan dat dit was stilgelegd omdat een oplossing in de maak was. Dat zaken anders zijn gelopen moge duidelijk zijn.

Alle zaken van toen en later zijn gedetailleerd beschreven, en krijgen nog aandacht als we de punten nalopen die we als bezwaar tegen F.S. hebben ingebracht. We beperken ons er hier toe, om de absolute dwaasheid van het gebeurde hier nog even uit te duiden. Groot bestreed de argumenten van de gemeente, maar kreeg inhoudelijk nooit enige reactie, meer een herhaling als van een grammofoonnaald die was blijven steken. Hun argumenten waren dat sprake zou zijn van strijdig met algemeen belang, een gotspe, ook vermeende precedentwerking wat ook een gotspe was/ is, en strijdig met het bestemmingsplan, waar ook zeer veel op af is te dingen was, afgezien van het feit dat Groot nauwelijks tuin in het bestemmingsplan had verkregen, terwijl er ook in Andijk een woning staat omgeven door (net als bij Groot) 2 ha tuin wat wel bestemming wonen had, wat dus echt strijdig is met het gelijkheidsbeginsel.

Van enig belang voor derden was dus geen enkele sprake, integendeel zelfs. Er waren wel tien mogelijkheden tot oplossen en consensus denkbaar, als men die niet wil en weigert, en ook geen vragen beantwoord, zaken van redelijke argumenten voorziet, en een positieve grondhouding pertinent niet wil, is er maar één mogelijkheid over, opzettelijke pesterij met misbruik maken van macht. Groot verplaatste in juli 2012 de tank op zijn pad in het verlengde van de achtertuin van de buren (dat was bestemming wonen dus dat mocht) en die klaagden steen en been. Later plaatste Groot de tank (omwille van de buren, op een karretje, (mobiel zou hij overal mogen staan), en plaatste hem op de oude plaats terug, Toen de gemeente, meer speciaal Kasper Gutter, daar achter kwam, kwamen er wederom alle denkbare dreigementen, nu hij kennelijk zijn autoriteit aangetast voelde, waarna weer verplaats in het verlengde van de buren tuin. die nu klachten naar de gemeente richtten, waarna weer dreigementen kwamen. Uiteindelijk is de grens van de agrarische bestemming opgerekt, en staat hij nu, kennelijk wel "legaal", 65 meter van de oorspronkelijke plaats, in het gezicht en niet bij andere bebouwing, daar lelijk te zijn. Alle burgers die het verhaal kennen beoordelen de gemeente Medemblik als krankjorum. De kosten aan gemeenschapsgeld zullen in de aanzienlijke bedragen hebben gelopen, maar ze hebben in ieder geval de lol gehad dat ze (K. Gutter, F.S.)ons leven hebben weten te verzieken. Voor God konden spelen, en de (in hun ogen) anarchist de les konden leren. Weinig verheffend gedrag voor lieden die zich "Bestuurder"noemen.

(2e latere toevoeging) d.d. 29 sept. 2016 is door mij een avond bijgewoond ter raadsleden informatie aangaande de nieuwe omgevingswet. O. a. gesteld is dat bewoners meer inspraak (behoren) te krijgen, en ook een beslissender rol zullen krijgen, b.v. een plan, door bewoners en omwonenden gedragen maar strijdige met bestemming of visie of id. zal een positieve beoordeling gaan krijgen (is de bedoeling). In de onderliggende zaak, wat alleen sprake van strijdigheid met een op zich bezien zeer dubieus en discutabel bestemmingsplan, maar de omwonenden hebben zich sterk gemaakt voor Groot en tegen de gemeente. (zie ook gespreksverslag). Door K. Gutter is in die context gesteld dat het tuchtigen van Groot hogere prioriteit had (voor hem en het college dus ook F.S.) dan de belangen van de omwonenden. Dit staat wel ten zeerste haaks op de ook kennelijk bij ons landelijk bestuur zich voorschrijdende inzichten, hoewel op zich bezien ook al bizar. (einde ingevoegde latere toevoeging).

De gemeente heeft daarbij Groot ruim 6000 euro (in zijn optiek) ontstolen en Groot wil / eist die terug. Groot heeft ook een onderzoek aangaande hun handelen verzocht, maar is steeds aan het lijntje gehouden, inmiddels dus al een aantal jaren. Recent is er (eindelijk) concreet gesteld dat voor F.S. "eens gestolen, altijd gestolen"is, aan Groot medegedeeld door K. Zwaan, dus dat is nu duidelijk, en ook moge duidelijk zijn dat Groot van mening is dat Medemblik een betrouwbaardere en menselijker burgemeester verdient.

Aangaande die zaken is er dit voorjaar d.d. 17 mei een gesprek geweest, dit in het bijzijn van de griffier, mevr. A. Reus die dit dus kan bevestigen dat dit plaats heeft gevonden. Groot geeft hierbij weer wat daar (o.a.) plaatsvond, althans hoe dit door hem is ervaren en bijgebleven. Dit gesprek escaleerde snel nu F.S. direct de waarheid verdraaide. Hij stelde dat ambtenaar D. Rood, tijdig een plaats had aangewezen waar plaatsing mogelijk was. De werkelijkheid was / is dat ondanks veel aandringen dit juist niet gebeurde, D. Rood behoorde zeker bij de anti's tegen Groot, als voormalig ambtenaar in Andijk. Groot kreeg geen antwoord op juist die vraag waar hij mede verantwoordelijk voor was, nu deze Groot er kennelijk ingeluisd wilde krijgen met dwangsommen. Groot stelde dat F.S. diende te stoppen met onjuiste beweringen en het eigen straatje schoonvegen, en eiste een gesprek met D. Rood met daarbij een onafhankelijk iemand. Nu alles via mail en briefwisseling was gegaan was het eenvoudig bewijsbaar dat F.S. de waarheid geweld aandeed. In zo een gesprek werd schoorvoetend toegestemd, maar heeft door latere trainage, en het saboteren daarvan, nooit plaatsgevonden.

6 Houding andere raadsleden, nu en in vorige periode.

Een ander sterk geschilpunt was, dat er een gesprek met R. Huijsen, toenmalig raadslid, was geweest, door Huijsen verzocht, die in een objectieve beoordeling doorzag dat wat er plaats vond, en dit verfoeide, die poogde tot consensus, redelijkheid en zinnigheid te komen, maar werd gebruikt om hem uitspraken te ontlokken in een poging om P. Groot als raadslid uit de raad gezet te krijgen, opgezet door F.S. en ondersteund door griffier Smakman. Huijsen was daar zeer verbolgen over. Zijn verslag van het gebeurde is door Groot op schrift gesteld en door Huijsen juist bevonden. Huijsen benoemde het als een zeer onprettig gesprek waar F.S. zeer onaangenaam handelde, Huijsen onder druk zette, en waarin hij Groot stigmatiseerde en feitelijk met een bak modder overgoot, op basis van zaken die hij van derden (de vijanden club van Groot) had vernomen. F.S. ontkende dit in voornoemd gesprek en stelde dat hij een goed gesprek had gehad met Huijsen.

Groot stelde daarop dat er een gesprek met Huijsen diende te komen, waarin hij de versie van Groot kon bevestigen en dus F.S. ontmaskeren als een de waarheid verdraaiend persoon. Ook dit toegezegde gesprek is getraineerd en gesaboteerd, dus heeft nooit plaatsgevonden. Onder punt 8 zullen we nog op één en ander terugkomen. Groot merkt nog op dat hij grote waardering heeft voor M. Huijsen, die, overigens gelijk aan B. Schuffel, een goed en eerzaam mens is met een groot rechtvaardigheidsgevoel, en daarbij voldoende lef om zijn nek uit te steken, en het handelen van de beschreven zaken en lieden doorzag, en verfoeide, een persoon waar anderen een voorbeeld aan zouden kunnen nemen.

Ook een zaak het conflict betreffende is de houding van de (andere) raadsleden. Al gesteld dat enkele voormalige Andijker raadsleden, overgegaan naar de Medemblikse raad, aanjagers van dit conflict waren, en dit overgebrachten op anderen, zijnde partijgenoten uit andere kernen. Naar hoe Groot het kan evalueerden, betrof dit ca. 5 raadsleden van 2 partijen. In het bijlage document zijn dienaangaande ook zaken beschreven. Dan hebben twee andere raadsleden zich dus uitzonderlijk ingespannen om tot oplossing van zaken te komen, zijnde B. Schuffel en R, Huijsen. (zie vorige alinea). Er is een gesprek geweest, op dringend verzoek van B. Schuffel waar ik zelf bij was, met F.S. en K. Gutter. In feite zaten we tegen zombies te praten, nergens wilde men op in gaan, wat onzin werd geuit als de gemeente deed zijn taak enz. De overige raadsleden waren er mee bekend, een aantal vond dat zo een geschil onnodig en oplosbaar was, maar durfde zich er, in een soort vluchtgedrag, niet in te mengen. Uiteindelijk zag het toenmalig college het als hun zaak waar ze inmenging van raadsleden als ongewenst beschouwden.

Zoals gesteld, was er een duidelijk te traceren en herkenbare anti stemming tegen Groot van raadsleden en ook ambtenaren (D. Rood voorop) uit het voormalig Andijk die de negatieve houding tegen Groot initieerden, maar dit werd overgenomen door het volle toenmalige college, die Groot als raadslid ook niet serieus wilden nemen. K. Gutter is al genoemd. D. Kuipers was van P.v.d.A. huize een andere anti Groot club. Swagerman was VVD maar omstreden en VVD had zich in twee groepen gesplitst. B. Schuffel (die teleurgesteld de politiek heeft verlaten) kreeg geen steun uit zijn partij. Toenmalig fractie voorzitter v. Lange stelde dat de raad alleen kaders stelde en zich niet kon bemoeien met individuele zaken. In die tijd was de z.g. Mauro zaak in de landelijke politiek gaande, als de tweede kamer zich een week met een individuele zaak bemoeit kan een raad dit uiteraard ook, maar zulks werd weerhouden door de interne controversies en het feit dat het uiteindelijk college besluiten betrof van o.a. ook hun wethouder, en Gutter kennelijk ook Swagerman zogezegd goed onder controle had.

Hun anti houding tegen Groot in het begin van de periode manifesteerde zich o.a. in het feit dat, als Groot het woord voerde dat ze met elkaar zichtbaar en onmiskenbaar de gek staken, en zaten te ginnegappen over Groot. Evenwel, doordat ze achter Groot waren gezeten werd dit door de televisie camera geregistreerd. Toen Groot daar een opmerking over maakte, in het presidium, heeft men de collegeleden een andere plaats gegeven, al dergelijke waarnemingen en ervaringen maakten dat de door Groot gemaakte conclusies, dat sprake was van opzettelijke pesterij en een opgefokte houding tegen Groot, uiteraard bestuurders onwaardig, met een onderlinge afspraak, kennelijk reeds in de eerste maanden van die raadsperiode gemaakt, dat men de ongewenste querulant, niet accepteerde, de les zou gaan leren, en er een aanleiding toe was gevonden.

Onze hypothese is dat F.S. bij zijn aantreden (als burgemeester nog onervaren), de oprechte intentie had het toen al geëscaleerde geschil, snel en efficiënt uit de weg te gaan ruimen, maar dat hem stevig de voet dwars is gezet door het eigen college, wat gedomineerd werd door Gutter en ook door ambtenaren, dus dat hij voor hen door de knieën is gegaan, wat dus niet getuigd van moed en leiderschap, en een rechte rug.

In de raad hebben zaken zich na de verkiezingen, dus in de opvolgende periode, vrij rigoureus gewijzigd, met 9 nieuwe raadsleden die deze zaak niet of nauwelijks, of in onvoldoende mate kennen. Tevens is sprake van een geheel nieuw college. Opmerkelijk is dat de sterkste anti personen tegen Groot weg zijn, of een mindere plaats in de partij hebben, o.a. voormalig wethouder Kuiper is nu raadslid in een partij die sterk verloor, hoewel zijn anti Groot houding nog evident is, en een, in de ogen van Groot ook andere aanstichter is weg, en vooral CDA. de K. Gutter partij, heeft 4 nieuwe raadsleden en 3 oude. Daarnaast zijn de twee raadsleden die wel overtuigd en gemotiveerd hun nek uitstaken, maar door het oude college werden weggebonjourd, ook uit de raad verdwenen, Huijsen haalde het niet in de verkiezingen, en B. Schuffel was zijn idealisme verloren, door o.a. houding college in onnodige en opgeklopte kwesties, en het gehakketak binnen de VVD partij.

Verder deed zich dan het navolgende voor, CDA hervormde en hergroepeerde zich mede onder aansturen van hun bestuur, wat dus feitelijk ook K. Gutter op non actief stelde, en benoemde Ed Meester als fractievoorzitter, waarna het CDA als grootste partij uit de bus kwam. In een gesprek met Ed Meester stelde hij dat hij in de zaak voor de gemeente geen enkele nuttig aspect ontdekte, op basis van algemeen belang etc. en vooral van mening was dat in een bestuursorgaan dergelijke conflicten door hem als zeer ongewenst werden geacht, en ten koste ging van kwaliteit van besturen. Hij nam er ook kennis van dat we met toezeggingen aan het lijntje werden gehouden en heeft het initiatief genomen om zelf het gesprek aan te gaan, maar is bij F.S. die J. Zwaan erbij haalde, uiteindelijk ook tegen een muur van onwil aangelopen. Pas na meerdere gesprekken na verloop van een flinke periode is hem te verstaan gegeven, dat ze halsstarrig weigerden om tot enige redelijke correctie van zaken te komen. Uiteraard worden de pogingen van Meester door Groot zeer gewaardeerd (door F.S. duidelijk minder) en is het ook opmerkelijk en een extra minpunt voor F.S. dat de fractievoorzitter van de grootste partij het bos in wordt gestuurd.

Voor Groot is dit wel omgeven door een aantal vragen, allereerst de vraag of hij zijn fractie er bij heeft betrokken. De vier nieuwe fractie leden waren met zaken niet bekend, de overige twee stonden in de vorige periode negatief t.o.v. Groot, en vonden toen zaken onder verantwoording en initiatie van een fractiegenoot / Gutter plaats. Ook staat Meester nu voor een dilemma. Hij heeft Groot medegedeeld dat zijn standpunt ongewijzigd is, maar kan weinig uitrichten zonder steun van andere raadsleden, en zal zich moeten beraden of hij zijn nek nog verder uit wil steken.

Dan is het navolgende van belang, er heeft een (jaarlijks) evaluatie gesprek plaatsgevonden met F.S. waar o.a. Meester deel van uitmaakte. Groot heeft Meester medegedeeld dat Groot de leden van die commissie met het voornoemde document over de gang van zaken ging informeren, aan hen dus wat ze er van zouden vinden en mee gaan doen. Zaken dienaangaande spelen zich (om welke reden dan ook) af in geheimzinnigheid, maar kennelijk heeft iemand van die commissie geklaagd, en gemeend dat een raadslid op basis van integriteit niet voor zichzelf op mag komen, waarvoor Groot op het matje werd geroepen (voornoemd gesprek), waarbij geen concrete informatie werd verstrekt (wie en welke motivatie). Meester zal daar zijn mening hebben gegeven, en zaken behoren in het (geheime) verslag te staan wat naar de commissaris van de Koning moet zijn gezonden. Wat daar verder van is, en of zaken (juist) in het verslag zijn opgenomen, daar kan Groot dus alleen maar naar gissen. Mogelijk is het onderwerp niet of nauwelijks aangeroerd en dat zaken correct in het verslag staan is ook niet vanzelfsprekend. Groot zal binnenkort een gesprek hebben met Meester aangaande een en ander, en hem informeren aangaande dit schrijven aan de commissaris gericht. Groot acht het van belang de algemene situatie zo duidelijk mogelijk te schetsen zodat daar duidelijkheid over bestaat.

Laatste opmerking hierbij; Reeds eerder gesteld dat voor raadsleden enigermate enkele gemene delers zouden kunnen gelden, maar met duidelijke uitzonderingen naar verschillende kanten. Mede door landelijke gebeurtenissen en trants is er een algemene discussie gaande aangaande "Integriteit". Raadsleden achten zich zelve doorgaans op voorhand al "integer", maar onze mening is dat er nogal eens sprake is van eigen interpretaties, dubbele moraal, en subjectiviteit.

7. Zaak Poland, en parallellen met zaak van Groot en verschillen.

De zaak Poland kenmerkte zich door geschillen die ontstonden in het kader van een burenruzie, waar de gemeente neutraal in behoorde te staan maar naar de conclusie van Groot duidelijk partijdig was naar de buren toe, en zich vergelijkbaar met onze zaak opstelde, dus geen enkele mate van consensus en oplossingsgerichtheid. Daarbij misbruik maken van macht, slechte communicatie (niet of niet inhoudelijk op zaken en feiten ingaan), stemming maken tegen Poland, gevoelloos handelen, onredelijk hoge dwangsommen oplegde, en dus Poland, maar ook zijn gezin (5 kinderen) hun leven verziekte, dit alles met droge ogen.

Opmerkelijk daarbij was dat geschillen over bepaalde grenzen maar centimeters betroffen, door een bureau vastgesteld, maar door een ander bureau op basis van goede en duidelijke onderbouwing en argumentatie bestreden. De gemeente weigerde die second opinion, wist met onwaarheden de bestuursrechter op het verkeerde been te zetten enz. Maar inmiddels zijn metingen nog eens door een zeer deskundig en gekwalificeerd iemand over gedaan en lijkt er een proces gaande dat de gemeente fouten erkent en dus alle geweld en agressie kan worden gekenschetst als zinloos geweld, op basis van onjuiste feiten. Daar dus ook veel vergelijkbaar handelen, naar onze opinie, met onze zaak. Ook hier speelde het bestemmingsplan een grote rol terwijl dit op zijn minst dubieus en discutabel benoemd kon worden.

Ook hier een gesprek bijgewoon door Groot van fam. Poland met F.S. waarbij zaken pathetisch werden aangehoord, waarbij nergens op in werd gegaan, en ze met lege handen naar huis konden, en ging men verder met de, in ons beleven, onnodige terror in een zaak die ten principale probleemloos oplosbaar leek te zijn, maar ook nog zeer onterecht, is gebleken. Ook heeft B. Schuffel (samen met Groot) die zaak aangekaart in een reeds benoemd gesprek, maar kreeg eenvoudigweg geen respons. Hier waren zaken niet direct terug te leiden op persoonlijke sentimenten, maar was het wel uitzonderlijk hoe de buurman werd bevoordeeld. Dit betrof een camping waar de enige toegang over grond van Poland voerde, waar een recht van overpad op gold door verjaard gebruik (dus nooit verleend) over een brug die nooit vergund was, maar waar de gemeente voetstoots een vergunning voor heeft verleend, terwijl er een onwettige gevaarlijk situatie is, nu er geen vluchtroutes zijn. Dat met twee maten wordt gemeten is een evidente zaak. Dit was niet de enige zaak waar consensus en oplossingsbereidheid ontbrak, dus te bezien als voor Medemblik algemene en structurele handelswijze van Medemblik.

8. Visie van Groot als burger en tevens als raadslid.

Inmiddels nagegaan en bekend bij Groot is dat Gemeenten met dergelijke voornoemde zaken zeer verschillend omgaan, van zeer oplossingsgericht tot zeer bureaucratisch.  Bekend ook halen schrijnende gevallen de krant en dragen sterk bij aan het negatieve imago van bestuurders. Gemeenten krijgen wettelijk ook de ruimte, om zeer onbehoorlijk te zijn, zonder dat daar iets tegen is te beginnen. Als zaken dan bij de bestuursrechter terecht komen, verwacht de klager dat die de zaak nog eens inhoudelijk bekijkt wat doorgaans niet het geval is.

Dienaangaande hebben we ook een uitzonderlijke uitspraak in huis van 2004 waar een rechter, die bekend staat als objectief en kritisch naar gemeenten toe (Zijp) stelt dat in die zaak er onprofessioneel is gehandeld en dat de burgemeester van Andijk zich door "persoonlijke sentimenten" heeft laten leiden (ook beschreven in bijlage), maar dat zij alleen ingrijpen kan en mag als de gemeente niet volgens de wettelijk gestelde regels handelt, en besluit binnen de bevoegdheden die ze wettelijk hebben. Ze stelt dus dat gemeenten ruimte en bevoegdheid hebben om zeer dubieus te handelen zonder dat ze daar als rechter iets aan kunnen doen.

Ze stelt daarbij dat ze als rechter zijnde, alleen in kunnen en mogen grijpen als buitengewoon onredelijk wordt gehandeld. Kennelijk overwoog ze dat ook maar heeft het niet gedaan. Dat rechters daar terughoudend mee zijn is begrijpelijk, maar ingrijpen komt ook nagenoeg niet voor. In de zitting drong ze er vooral sterk op aan bij de gemeente om tot redelijk consensus te komen, overigens aan dovemans oren gericht, en ook in de uitspraak riep ze daar sterk toe op en verwachtte kennelijk ook dat de gemeente Andijk daardoor tot redelijk inzichten en grondhouding zou komen. Zaken zoals die zich nu hebben voorgedaan komen in hoofdzaak uit die interactie voort en vertonen grote parallellen. Ook een duidelijke parallel, en een kennelijke algemeenheid was, dat een instantie, die er voor de belangen van de burgers is, een grote vechthouding aanneemt tegen zo een burger, niet vanwege algemeen belang, maar de ego van de betrokkenen, die burgers zien als onderdanen, en ook bij onredelijk of zelfs idioot handelen, men doordraaft in agressie en rancuneus handelen. Normaal is gebleken dat er stemming wordt gemaakt tegen de ongehoorzame burger, men een vechthouding aanneemt, en het dan met de waarheid en feiten niet meer zo nauw neemt, zeer formeel wordt, niet reageert op brieven etc. maar met al die zaken ook probleemloos wegkomt. Het systeem van: "De bestuursrechter met onwaarheden op het verkeerde been zitten en dan schermen met een uitspraak gebaseerd op die onwaarheden is dan de volgende stap.

In de onderliggende zaak werden ook geen brieven beantwoord en werden feiten verdraaid en zaken verzonnen, en bleek het zeer moeilijk om relevante informatie te verkrijgen, bij de eigen gemeente. Om die reden hebben we, middels iemand (die we daar dankbaar voor zijn) die daar een ingang verschafte, een uitgebreid gesprek gehad met een deskundig ambtenaar, van de gemeente Hollands Kroon. Naast enkele zaken waar Medemblik ook formeel onjuist handelde stelde hij dat zulke zaken in hun gemeente niet voorkwamen nu er een scala aan oplossingsmogelijkheden aanwezig was, maar dat de wetgever, ook zeer recent de z.g. kruimelgevallenregeling had ingesteld om te voorkomen dat een kruimelgeval, zoals dit overduidelijk ook was, snel en efficiënt konden worden opgelost, zonder dat het tijd, (gemeenschaps) geld en ergernis zou gaan kosten. Uiteraard dient gelijke behandeling te bestaan in geval van een raadslid of een reguliere burger, maar ook dat vond hij buitengewoon uitzonderlijk.

In latere instantie heeft Holland Kroon ook een groot deel van in hun ogen overbodige gemeente verordeningen afgeschaft, en in een recent gesprek (op de lentetuin waar ze een stand beman/vrouwden) daarover met iemand bijgepraat waar zaken prima leken te werken. Geen verhoging, eerder vermindering van calamiteiten, grote besparingen bij handhaving enz. en zeker ook zeer belangrijk, burgers en bestuurders groeien naar elkaar toe in onderlinge verstandhoudingen en waardering. Dit geeft dus aan dat als iemand op het midden van deWestfriesche Zeedijk staat bij Medemblik, dat, als hij een stap naar het noorden doet, hij zich en een zeer redelijke, burgervriendelijke gemeente zich bevind, die geen grote bedragen vergooit om burgers nutteloos te tuchtigen en te pesten, en een stap naar het zuiden die zaken in omgekeerde evenredigheid, dus wel kan gaan ervaren. Hoewel om het wat meer te nuanceren, kan men gechargeerd stellen dat het verschil zo ongeveer het verschil in burgemeester is.

Onze mening is dat de wetgever het Medemblikse handelen nooit heeft bedoeld, nu hun uitgangspunt zal zijn geweest dat bestuurders goede en redelijke lieden zouden zijn, hoewel ze beter hadden kunnen weten, na de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Onze mening is dat het landelijke beleid zodanig bijgesteld dient te worden dat er geen ruimte is voor persoonlijke afrekeningen en pesterij, en zinloos geweld. Ook het middel van Dwangsommen zal bedoeld zijn om die met zorg en in uiterste noodzaak te hanteren maar is nu niet meer als een soort onredelijk middeleeuws middel, voor bestuurders die dit misbruiken om gevoelloos de eigen vermeende macht te genereren.

Onze mening zowel als raadslid als burger is dat ten allen tijde de insteek dient te zijn dat problemen, als dit maar even mogelijk is, in redelijkheid dienen te worden opgelost, wat overigens doorgaans ook probleemloos mogelijk is maar zal voor de betrokken Medemblikse ambtenaren, een cursus voor beginners behoeven in redelijkheid en consensus. Ook zouden wettelijke aanpassingen van belang zijn, en een onpartijdige en objectieve beoordeling van handelen in bepaalde gevallen, op basis van redelijkheid, billijkheid, en zuiverheid van uitgangspunten. Ook de z.g. Polandzaak is een voorbeeld van niet eens gelijk hebben, alles fout en discutabel doen, en zich vastbijten in eigen vermeend gelijk, of eerder ingenomen foute standpunten niet willen erkennen, enz. Als betrouwbaar, menselijk en redelijk handelen in sommige gevallen onmogelijk blijkt dient de wetgever daarop in te grijpen. Van deze zaken zou nog veel meer zijn te zeggen.

9.  Het algemeen functioneren van F. Streng behoudens de heikele zaken die onze mening bepalen.

Mede door zaken zoals die zijn beschreven, (niet alleen de twee uitgelichte zaken) is de algemene opinie zoals wij die bij de burgers ervaren, over lokale bestuurders en gemeente, niet al te hoog, en niemand zal door F. Streng door het vuur gaan, maar anderszins zal hij het bij de gemiddelde opinie wel tot een voldoende brengen. Hij doet de publieke burgermeester dingen naar behoren zowel binnen als buiten het gemeentehuis, is politiek correct waar nodig. Daar waar men niet beter weet, en meer speciaal als men het handelen wat wij onjuist en onaanvaardbaar achten, voor lief neemt, en daar geen waarde aan hecht of dit niet objectief wil beoordelen, zullen zaken in Medemblik, ook na een herbenoeming, hun gewone gang blijven gaan (maar niet meer dan dat). Degenen die over herbenoeming moeten gaan beslissen zullen het dan wel op een akkoordje moeten gaan gooien, met hun (vaak doorgeschoten) begrippen aangaande integriteit, en algemeen geaccepteerd en aanvaardbaar handelen, maar zo een akkoordje zou ook weer niet zo uitzonderlijk zijn.

10. Nadere beschouwing aangaande opgenoemde punten benoemd onder 2.

Onder 2 geven we een opsomming van de punten van bezwaar tegen F. S. Het ene weegt uiteraard zwaarder dan het andere, het benoemde is eigenlijk ook een soort samenvatting, waar we hier nog iets aan toevoegen, maar gedetailleerde beschrijving en onderbouwing bevat de bijgezondere beschrijving van zaken in de bijlage. Daar waar vragen rijzen of onduidelijkheden opborrelen, zijn die te bevragen en te beantwoorden. Nu hier een nummering is van 1-13 voegt Groot een b (bezwaren) voor ter voorkoming van verwarring met de z.g. hoofdstukken.

Hierbij enige aanvulling van het onder 2 gestelde:

b1. Komt afspraken niet na: ,Bij het eerste (kennismaking) gesprek heeft Groot zaken bij F.S. aangekaart. Hij heeft toen gesteld dat hij dit op zou gaan lossen, niet meer, niet minder. Dit is ook op te maken uit briefwisseling en stukken, en het feit dat er ca. 4 maanden, de zaak zogezegd stillag. In een brief staat dat de vakafdeling had besloten om het ingestelde bezwaar door te zetten. Vragen welke personen dat besloten, en of die bevoegd waren enz. zijn gesteld maar nooit beantwoord. Theo Vlaar was hoofd van die afdeling, afdeling handhaving heeft (in verband met eigen baan in stand houden) ook kennelijk aandrang geleverd. De meest logische hypothese is dat F.S. in het college stelde dat hij die zaak op wilde lossen, er ook al was besproken hoe dit (zonder gezichtsverlies etc. kon) en dat K. Gutter heeft gesteld dat ze reeds lang terug hadden besloten om dit juist nu net niet op te lossen maar P. Groot, als anarchistische querulant eens goed de les te lezen en F.S. voor hen door de knieën ging. Voor ons is een toezegging een toezegging, en burgemeesters die die niet waarmaken zijn fout en niet capabel, en eigenlijk geen knip voor de neus waard.

b2.  Liegt; ,Daaraan verbonden is dat feiten ontkennen, onwaarheden stellen, en de meer populaire term van "het college en de raad onjuist of onvolledig voorlichten" feitelijk gelden als politieke doodzonden, die evenwel doorgaans bedekt en onder de pet blijven of onder het karpet geschoven, maar daar waar dit concreet, evident en bewijsbaar is, die zaken juist vele malen groter worden gemaakt dan ze zijn, onwaarheden en feiten verdraaien dient ook voor onze raad een onaanvaardbaar iets te zijn.

b3. Problemen creëren i.pl.v. oplossen; ,Zeker niet alleen toegesneden op zaken zoals zowel onze, of de ook uitgelichte Poland zaak, maar algemeen. Daarbij zou de afdeling handhaving van 6 man naar pakweg 3 of 4 terug kunnen, dus die zoeken en creëren zo veel mogelijk zaken om hun banen in stand te houden, gesteund door o.a. F.S. Inmiddels is in de raad een aantal besluiten genomen om zaken anders aan te pakken, als b.v. in onze of de Poland zaak, zoals mediation, dus eerder overleg op basis van consensus. Ook is er een ambitie gesteld dat Medemblik de meest burger (klant) vriendelijkste gemeente moet gaan worden van Noord Holland (waarom niet van Nederland) maar wordt daar niet (of onvoldoende) aan gewerkt, voor zover dit voor een raadslid (laat staan een burger) waarneembaar is, en lijkt de ambtenarij daar niet op te worden aangestuurd en die kennelijk ook geen verandering wenst. Een nieuwe burgemeester zou daar wonderen kunnen verrichten, bij F.S. zal de ambitie in omgekeerde evenredigheid waargemaakt worden.

Gesteld wordt dat de dienstverlening in Medemblik een relatief hoog cijfer genereert. Dit betreft evenwel de reguliere zaken, loketfuncties, hulp bij aanvragen enz. Daar waar zaken ingewikkelder en moeilijker zijn, krijgen we nog steeds signalen (en ook eigen ervaring) dat het dan ineens een laag cijfer wordt, arrogant, burgeronvriendelijk, niet of te laat antwoorden, star, geen fouten toegeven, gemis aan flexibiliteit. Of dit met de huidig aanwezige personen verbeterd kan worden, zal van een goede aansturing afhangen, en mogelijk zal vervanging nodig zijn.

b4. Stemmingmakerij; ,het is zeer onprettig om te ervaren dat de omgang verhouding, en verstandhouding raadslid/burgemeester, voor het oog redelijk lijkt, en zakelijk zo goed als mogelijk werkbaar en in orde blijft, maar dat daarbuiten, er stemming wordt gemaakt, en er negatieve oordelen over en weer ook naar derden toe worden gegenereerd. Hoewel Groot terughoudend daarin is, geeft hij hier en daar, zeker wanneer daar naar wordt gevraagd, ook zijn mening weer. Dat het omgekeerde, en naar Groot ervaart in grotere mate, door F.S. ook plaatsvindt is overduidelijk. Hoewel reeds vermoedt en denkbaar kwam dit overduidelijk aan de oppervlakte in het gesprek dat M. Huijsen had met F.S. waar we op terug komen en waar een verslag van is. Hoewel Groot zaken al eerder wel in kon vullen en veronderstellen, gaf dat de zekerheid dat er achter de rug om van Groot, deze niet serieus werd genomen, en er achter zijn rug om, een constante hetze en stemmingmakerij gaande was, zowel in het vorige college, als ook bij de betrokken ambtenaren, en een aantal raadsleden (overigens een grote minderheid). Groot kan stellen dat, de profielschets nog eens beoordelende, dat dit ongeveer haaks staat op meerdere daarin gestelde zaken waar een integere burgemeester (algemeen en in Medemblik) aan dient te voldoen.

b5.  Onredelijk / onbillijk. Behoeft verder weinig toelichting. Groot was als fractievoorzitter betrokken bij de keuze, en kan stellen dat de overlegde c.v. redelijk (hoewel niet zeer imponerend) overkwam, maar dat het zich wreekt dat F.S. altijd ambtenaar is geweest en het bredere inzicht aangaande bedrijfsleven, en andere inzichten en ervaringen mist. Wat we in 5 stellen is waarneembaar in ongeveer alle zaken en facetten.

b6.  Gevoelloos / misbruik maken van macht. Bij calamiteiten, die helaas zich ook in Medemblik voordoen, betuigt iedere bestuurder zijn deelneming en laat menselijk gevoel blijken wat dan in de pers wordt genoemd. Onmogelijk is om te bepalen in welke mate zo iemand werkelijk is geraakt of dat het voortkomt uit wat wordt verwacht en soms ook politieke correctheid. Evenwel, het concreet betrekkend op onze, en de Poland zaak, geeft een ander idee. Als van algemeen belang geen sprake is, en de zaken die men afdwingt feitelijk onzinnig zijn, maar voorkomen uit agressie en rancune, waarbij handhaven synoniem is aan het misbruiken van macht, waarbij die iemand weet dat hij andere slapeloze nachten bezorgd, dan kan men het aanwezige menselijk gevoel wel zeer in twijfel gaan trekken.

b7.  Partijdigheid: , Bij Poland sprong in het oog dat er niet van een neutrale houding sprake was, en ook dat zeer agressief en repressief werd gehandeld. Opmerkelijk daarbij is dat er naar die Camping maar één nauwe toegang is, wat in andere gevallen niet mag, en uitgesloten is, waarbij ook de Brandweer een gevaarlijk situatie onderkent, en er ook een brug lag zonder vergunning, die de gemeente inmiddels met toegeknepen ogen lijkt te hebben vergund. Dat er zowel permanente bewoning als ook Buitenlandse werknemers gehuisvest zijn, waar niet tegen wordt opgetreden, en dat het overpad, grond is van Poland, waar nooit overpad op is verleend, maar dit is afgedwongen, waarop buiten de eigenaar om bestemming verkeer en vervoer op is verleend, iets wat naar verluid ongebruikelijk en onreglementair is, en deze lijst is nog flink langer te maken. Dat er daar dus sprake is van partijdigheid is evident en overduidelijk, en zal in andere zaken dus ook best wel het geval kunnen zijn. Een goede burgemeester zou dit niet willen en daar tegen waken.

b8. Geen normale dialoog op redelijke gronden: ,Wat we stellen is gebaseerd op de gesprekken die we zelf hebben gehad, en die we o.a. aangaande de zaak Poland, hebben bijgewoond. Door Groot zijn in allerlei omstandigheden in zijn werkzame leven veel zakelijke en ook wel persoonlijke gesprekken gevoerd om een zaak, probleem of conflict tot een oplossing te verkrijgen, zowel in eigen zaken als ook wel in een mediation rol. Doorgaans werden objectief de standpunten gesteld, toegelicht, en uitgewisseld, en veelal door beide partijen wat naar elkaar toe te laten schuiven, bleek een zaak op te lossen en kon men weer over gaan tot de orde van de dag. Die zaken kenmerken gesprekken met F.S. zeker niet. In gesprekken laat hij zich doorgaans vergezellen, men laat de andere praten, geeft niets toe, en zegt niets toe. Een burgemeester kan een verzoek tot een gesprek veelal in redelijkheid gesteld niet weigeren, maar het was niet meer dan een rituele dans en zonde van de tijd en energie. Niet de bruggebouwer of verbinder die volgens de profielschets verzocht zou zijn.

b9. Aansturing van ambtenaren; ,al wel nader gesteld hebben F.S. en o.a. handhaving elkaar nogal gevonden, zowel onze zaak als die van Poland zal inmiddels honderden ambtenaren uren hebben gekost, waarbij iedereen elkaar heeft gevonden, het voor doet komen dat ze nuttig bezig zijn en onmisbaar zijn, maar er meer sprake is van werkverschaffing.

b11. De rechter wordt belogen; ,Dit resulteert in een hoeveelheid zaken die onnodig in het bezwaar en beroepscirquit terecht komen, dus ook zaken buiten de twee om waar de focus zich op richt, dus verondersteld dat de eigen ervaringen ook voor meer onbekende zaken gelden. Als eigen ervaring geld dat de gemeente aangeeft dat men bezwaar tegen een besluit kan maken, maar degene die dat doet, verkrijgt geen objectieve beoordeling van zijn bezwaren en een beoordeling of diegenen niet toch een punt heeft, en er een oplossing voorhanden is. Standaard worden de hakken in het zand gezet, in diverse besprekingen en vergaderingen wordt de bezwaarmaker tot vijand gebombardeerd en wordt een vechthouding aangenomen. Wat Groot stelt is eigen ervaring en o.a. ook bewijsbaar door interne memo's die bekend zijn.

Verwijtbaar aan het aansturende college en vooral de burgemeester dus in Medemblik F.S. manifesteert de vertegenwoordiger van de gemeente zich bij bezwaren en beroepen dan als de grote vijand van hun burger, en is winnen of verliezen, dus ook prestige en ego aan de orde, en schromen ze niet om allerlei feiten en zaken onjuist voor te stellen, en hun vijand te stigmatiseren dus voor te stellen als anarchist en querulant. Bestuursrechter en ook Raad van State, nemen de gemeente eerder serieus dan de betrokkene, dus baseren hun vonnis veelal op ingebrachte onjuiste feiten. Als de feiten onjuist zijn waar een vonnis op wordt gebaseerd is uiteraard zo een vonnis ook onjuist. Bij de raad van State was M. Huijsen mee. Door Medemblik werden feiten en zaken rigoureus verdraaid en onjuist voorgesteld. Dit kan M. Huijsen dus ook bevestigen, hij was daar zeer ontzet over.

b11.  De rechter heeft gesproken; In iedere geval bij de gemeente Medemblik, bij monde van F.S. stelt deze dat een gemeente per definitie moet doen wat de uitspraak fiatteert. Duidelijk is dat onwaarheden inbrengen doorgaans ook loont. Een rechter blijkt de gemeente eerder serieus te nemen dan de burger die recht zoekt, en de mogelijkheden van bestuursrechters zijn dus ook redelijk beperkt. Wel hebben we meegemaakt dat bij een vonnis in het nadeel van de gemeente, werd gesteld dat de rechter geen gelijk had en er naast zat, dus nogal dubbel. Meerdere zaken zijn ook mis gegaan voor Medemblik.

b12.  Eigen verantwoordelijkheid miskennen; ,In het reeds eerder aangehaalde vonnis (2014 Zijp) stelde die rechter ook duidelijk dat (toen nog) Andijk zijn eigen verantwoordelijkheden miskenden. Zij als rechter konden besluiten nagenoeg niet toetsen op redelijkheid en kwaliteit. Evenwel, een gemeente heeft geen enkele verplichting om een vonnis uit te voeren. Er is alleen gesteld dat een gemeente het niet wordt verboden om in het onderliggende geval te handelen of te handhaven. Ze worden daartoe dus zeker niet verplicht, zeker niet als niemand klaagt, en er geen enkel derden belang in het geding is. Dit dient iedere bestuurder en dus ook een burgemeester te weten. F.S. stelt aanhoudend dat zij zo ongeveer door de rechter worden gedwongen. Als hij niet weet dat dit een onjuiste en ook onzinnige bewering is, dan komt hij alarmerend veel kennis te kort. Er van uitgaande dat hij dit wel weet, is er sprake van opzettelijke misinterpretatie en misleiding.

b13. Poeslief t.o.v. Groot, en achter de rug om Groot onderuit halen: , Dit is in brede zin, maar is meer speciaal ook toegesneden op de zaken die in juli 2012 plaatsvonden. Er vonden toen twee gesprekken plaats, één met enkele buren, en één met M. Huijsen met de inzet van, populair gesteld, gemeente "doe es effe normaal". Gesprekken werden eerst geweigerd en getraineerd, maar plotsklaps konden ze in enen wel. Op dat moment dus bevreemdend, maar achteraf pas was te doorgronden het wat en waarom. De inzet van zowel Huijsen als de buren zou zijn om in een gesprek de nutteloosheid en zinloosheid etc. te stellen en op te roepen tot billijkheid en redelijkheid, zaken waar men (F.S.) naar bleek nu juist geen behoefte aan had. Evenwel, op enig moment bleek men mogelijkheden te zien, om een (figuurlijk) mes in de rug van Groot te steken, als men bepaalde informatie los zou krijgen. In een (overigens ons inziens onjuiste) interpretatie van integer handelen, wilde men een zodanige zaak tegen Groot op gaan werpen, dat men (lees F.S. + rest van college) men Groot als raadslid de deur uit zou kunnen werken.

Voor het beoogde doel verliep het gesprek met de buren niet voldoende goed, waarbij F.S. zeer onplezierig was geworden, hoewel ze zijn bedoeling niet doorzagen gaven ze niet de antwoorden die hij hen trachtte te ontlokken. M. Huijsen doorzag de bedoeling evenwel weldegelijk en voelde zich genomen en misbruikt. Beiden deden verslag aan Groot die zaken op schrift heeft gesteld, en verwijst hierbij naar de bijlagen bij het document. De meest negatieve opmerkingen en krachttermen etc. heeft Groot weggelaten. Bij beide gesprekken was griffier Kees Smakman als getuige en kennelijke kompaan aanwezig. Groot is van mening dat een griffier er is ten behoeve van de raad, en minimaal neutraal in kwesties dient te zijn. Uiteraard is hij hierover nog te bevragen. Aangaande de omstandigheid dat Groot zich stellig negatief tegen F.S. opstelt, en van mening is dat Medemblik een betere burgemeester verdient, ligt vooral deze, in de ogen van Groot zeer agressieve en ook achterbakse actie ten grondslag.

11. Bijlage document.

Groot heeft alle zaken vanuit zijn optiek en visie beschreven, waar o.a. E. Meester kennis van heeft, en ook meerderen, o.a. ook de huidige wethouders, en degenen die in de evaluatie commissie zaten, daarbij kan eenieder het vrij doorklikken. Groot kan nog aardig wat toevoegen maar dat zal een objectieve beoordelaar niet tot andere conclusies doen komen. Groot verwacht niet dat het veelvuldig is gelezen, en heeft ook niet van iedereen een al te hoge pet op als het om objectiviteit, de goede wil en het beoordelingsvermogen gaat.

Groot stelt dat hij naar waarheid en ook nader te onderbouwen en bewijsbaar zaken op schrift heeft gesteld en dit ook aangeboden aan F.S. die weigerde er kennis van te nemen. Dit houdt dus ook in dat alle zaken en feiten niet bestreden of ontkend zijn. F.S. stelde dat de zaak al veel tijd en geld had gekost (uitsluitend aan hem verwijtbaar) en dat hij er niet over prakkiseerde om ergens op terug te komen. Eerder is het gesprek beschreven (mei dit jaar) waarin hij onwaarheden stelde en door ons gesteld en feitelijk afgesproken dat D. Rood verzocht zou worden om de waarheid te openbaren, en ook M. Huijsen aangaande het gesprek van juli 2012, zaken waar geen vervolg aan is gegeven.

Wat daar verder van moge zijn, Groot heeft b.v. richting pers etc. vooralsnog terughoudendheid betracht, maar behoudt zich verder alle rechten voor.

12. Integriteit onderzoek.

Eind 2012 heeft Groot gesteld dat hij een integriteit onderzoek in wilde laten stellen, tegen F.S. K. Gutter en een bepaald raadslid. Dit leverde paniek op en het verzoek om in overleg te gaan, om een oplossing te beproeven. Gevraagd is of de gemeentesecretaris (W. Slob)het vertrouwen van Groot had, waarna er enkele gesprekken zijn geweest. Groot realiseerde zich dat voor W. Slob het hemd nader kon zijn dan de rok, wat later ook zo bleek te zijn, en het voordeel van de twijfel van Groot onterecht was. Verder overleg zou er zijn maar belandde op de lange baan, en na het reces (2013) kwamen ook gemeenteraadsverkiezingen in zicht en speelden er gelijktijdig zaken van groter belang. Dit deed Groot besluiten zaken over de verkiezing te tillen die ingrijpende wijzigingen in het speelveld aanbrachten. De drie wethouders verdwenen, de raadsleden die zich voor Groot hadden ingezet ook, maar ook de raadsleden die door een soort anti campagne tegen Groot, mede veroorzakers waren geweest.

Nadat zaken na de verkiezingen op rust, en bezonken waren, stond ook het reces voor de deur, daarna is het mevr. Groot geweest die meende dat F.S. zijn redelijkheid terug kon hebben gevonden na de paleisrevolutie die had plaatsgevonden. Geheel in de trant van eerder beschreven zaken, zou die zaken bezien, en nog eens nazien, en heroverwegen enz. en werd ze zo gewoon lange tijd aan de linger gehouden. Een burgemeester behoort, en dit met objectieve redenen omkleed, duidelijk te zijn in zijn standpunt en had gewoon behoren te zeggen dat hij gewoon nergens op terug wilde komen. Iemand aan het lijntje houden en verwachtingen wekken (wat iemand daar altijd mee doet) is in de ogen van Groot onbehoorlijk handelen, een burgemeester onwaardig. Op enig moment heeft Groot zelf weer het heft in handen genomen en gesteld dat hij het gestolen dwangsommengeld terug eiste, beslist geen vrede had met de zaken zoals die waren gegaan en anders bepaalde acties overwoog. F.S. betrok daar J. Zwaan bij en er heeft een gesprek plaatsgevonden, althans Groot is aangehoord, en er zijn verwachtingen gewekt etc.

Ook E. Meester heeft zich daar actief mee bemoeit en duidelijk aangegeven dat hij een oplossing een zeer gewenste zaak achtte. Hij was van mening dat de zaak zoals door Groot op schrift gesteld in redelijkheid gestel onverdedigbaar was, ongeacht wie het had betroffen, maar dat het ook een zeer ongewenste zaak was, dat dergelijke conflicten optimaal functioneren in de weg zaten bij de betrokkenen, dus ook uit die hoofde zeer ongewenst. Ook die is dus maandenlang aan het lijntje gehouden totdat zowel F.S. als J. Zwaan eigenlijk stelden dat ze de buit (door beslag op AOW geïnd) binnen hadden en hielden. Dit was enkele maanden voorafgaande aan het gesprek met de commissaris der Koning van 19 mei 2016.

Tijdens dit gesprek heeft Groot ook de vraag gesteld hoe dhr. Remkes stond t.o.v. zogezegde integriteitbureaus. Het antwoord zoals wordt herinnerd was dat er onderling grote verschillen werden ervaren, maar soms nodig en nuttig, en een advies van voorkeur van zijn zijde wel mogelijk zou zijn. Ons uitgangspunt is dat voor velen een (objectieve) beoordeling een nog al hete aardappel kan zijn, maar dat een onderzoek door een onafhankelijke instantie de meest neutrale en geëigende weg kan zijn, waar eenieder zich in kan vinden. Dit dus benoemd als een goede en verkiesbare optie, maar niet de enige optie.

Groot merkt hierbij op dat er ook recent (telegraaf 5 sept 2016) er een rapport van de Nationale Ombudsman is verschenen met grote, en voor ons herkenbare kritiek op gemeenten en de ambtenarij. Mocht u vanuit de Provincie de Ombudsman verzoeken om op basis van deze gegevens en verdere beschikbare documenten, deze zaken in een onderzoek te betrekken, dan verwachten we dat die wel in zal stemmen. Hun beoordeling dient er dan om te gaan, of de gemeente zinnig of onzinnig heeft gehandeld, er enig algemeen belang evident was, of de stelling van Groot juist of aannemelijk is dat zaken persoonsgericht waren en geen zakelijke grondslag hadden, maar meer als persoonlijke afrekening golden en o.a. ook beoordeling van de actie om Groot uit de raad gewipt te krijgen, en alle andere facetten ter beoordeling te bezien.

13  Samenvatting.

Groot heeft betoogd, dat hij zich in onnodige en onzinnige interactie met de gemeente Medemblik gepakt en gepiepeld voelt, voorbedacht en te kwader trouw, waarbij geldende zaken en regels, zoals o.a. beantwoorden van brieven niet in acht werden genomen, niet of onbehoorlijk werd gecommuniceerd, en zaken van redelijkheid, billijkheid, consensus enz. waren ontbloot zoals beschreven. Zaken bleken subjectief ingegeven op basis van negatieve persoonlijke sentimenten, alles nader beschreven. Dat bij gemeenten veel mis is, is ook recent door de Ombudsman gerapporteerd, en herkenbaar voor Groot. Groot heeft ook geconcludeerd dat andere gemeenten, o.a. buurgemeente Hollands Kroon, in redelijkheid en consensus omgekeerd evenredig handelen als gemeente Medemblik, en concludeert ook dat de Medemblikker burgers geen hoge pet op hebben van hun bestuur. Ook meent Groot partijdigheid te concluderen, en heeft Groot ervaren dat er een gerichte (maar mislukte) actie door F.S. is gevoerd om hem als raadslid verwijderd te krijgen. Toezeggingen worden niet waargemaakt en later ontkend, en wat dies meer zij zoals nader beschreven.

Groot stelt dat in zijn normale optreden, zoals dit zijn bekendheid heeft, F.S. wel een voldoende kan verkrijgen, evenwel, een aantal zaken zoals gedaan en voorgevallen dienen in het kader van integriteit, en in maatschappelijke zin, onaanvaardbaar te zijn. Groot stelt dat Medemblik een betere, en redelijker en billijker burgemeester verdient. Opteert daarvoor en zal zich tegen herbenoeming verzetten en tegen herbenoeming stemmen.

Daarnaast richt Groot navolgend verzoek aan u, commissaris, om tot nader onderzoek en beoordeling van zaken te komen, mogelijk middels een onpartijdig z.g. integriteitbureau, of de Nationale Ombudsman om een oordeel en beoordeling, en rapportage dienaangaande te verzoeken.

Hoogachtend,
P. Groot